ECLI:NL:RBDHA:2025:2662
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening schorsing besluit tijdelijke bescherming voor moeder minderjarige
Verzoekster, met de Kazachse nationaliteit, woont sinds november 2024 met haar minderjarige zoon in Nederland. De minister van Asiel en Migratie heeft bij besluit van 13 december 2024 vastgesteld dat verzoekster niet onder de Richtlijn Tijdelijke Bescherming (RTB) valt. Verzoekster maakte bezwaar tegen dit besluit en vroeg om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter oordeelt dat er sprake is van een spoedeisend belang, omdat verzoekster zonder leefgeld onvoldoende middelen heeft om voor haar zeven maanden oude zoon te zorgen, die wel onder de RTB valt. De procedure leent zich niet voor een diepgravend onderzoek, maar de belangenafweging leidt tot toewijzing van het verzoek.
Het primaire besluit wordt geschorst tot vier weken na de beslissing op bezwaar, waardoor verzoekster tijdelijk wordt behandeld alsof zij onder de RTB valt. Verweerder wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten aan verzoekster. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep open.
Uitkomst: Het besluit dat verzoekster niet onder de Richtlijn Tijdelijke Bescherming valt is geschorst tot vier weken na de beslissing op bezwaar.