ECLI:NL:RBDHA:2025:2672
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep tegen afwijzing asielaanvraag Eritrese nationaliteit
De eiser, van Eritrese nationaliteit, diende op 12 juli 2022 een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel in. De minister wees deze aanvraag op 11 november 2024 in de verlengde procedure af als kennelijk ongegrond. De eiser maakte hiertegen beroep bij de rechtbank.
Op de zitting van 4 februari 2025 was alleen de gemachtigde van de minister aanwezig; eiser en zijn gemachtigde verschenen niet. Uit de administratie van het COA bleek dat eiser op 8 januari 2025 met onbekende bestemming uit de opvang was vertrokken. De gemachtigde van eiser gaf aan geen contact meer met hem te hebben.
De rechtbank concludeerde dat eiser geen bescherming meer zoekt in Nederland en daardoor geen belang meer heeft bij de beoordeling van het beroep. Gelet op vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State werd het beroep niet-ontvankelijk verklaard. De rechtbank deed geen inhoudelijke beoordeling en wees proceskostenvergoeding af.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag is niet-ontvankelijk verklaard vanwege vertrek met onbekende bestemming en gebrek aan belang.