ECLI:NL:RVS:2024:5162
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep tegen afwijzing verblijfsvergunning asiel
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 23 mei 2024 de aanvraag van de vreemdeling voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De vreemdeling stelde beroep in bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 28 augustus 2024 ongegrond verklaarde. Vervolgens stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Tijdens de procedure meldde de minister dat de vreemdeling met onbekende bestemming was vertrokken en de gemachtigde van de vreemdeling verklaarde geen contact meer met hem te hebben. De Afdeling concludeerde hieruit dat de vreemdeling geen bescherming meer zoekt in Nederland en daarom geen belang heeft bij de beoordeling van het hoger beroep.
Op grond hiervan verklaarde de Afdeling het hoger beroep niet-ontvankelijk en wees zij het verzoek om proceskostenvergoeding af. De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige kamer onder voorzitterschap van mr. H.G. Sevenster op 13 december 2024.
Uitkomst: Het hoger beroep van de vreemdeling is niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan belang.