AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Wijziging van vastgestelde geboortegegevens wegens omkering voor- en geslachtsnaam bij adoptiebeschikking
De rechtbank Den Haag behandelde een verzoek tot wijziging van de vastgestelde geboortegegevens van een vrouw, zoals vastgesteld bij een adoptiebeschikking van de Rechtbank Arnhem in 1999. De oorspronkelijke beschikking vermeldde de voor- en geslachtsnaam van de vrouw omgekeerd, wat aanleiding gaf tot het verzoek tot verbetering.
De officier van justitie verzocht de rechtbank om de geboorteakte te verbeteren op grond van artikel 1:24 BWPro, maar de rechtbank oordeelde dat dit niet mogelijk was omdat de akte overeenstemde met de eerdere beschikking. Daarom werd het verzoek opgevat als een wijziging op grond van artikel 1:25d BW.
Uit een Chinees notarieel certificaat van adoptie en geboortecertificaat bleek dat de volgorde van de geslachts- en voornaam anders was dan in de beschikking vermeld. De rechtbank stelde vast dat de namen onjuist waren vastgesteld en wijzigde de geboortegegevens conform het verzoek. De vrouw stemde in met deze wijziging en de ambtenaar van de burgerlijke stand had geen bezwaar.
De rechtbank wees het meer of anders verzochte af en wijzigde de beschikking van 4 mei 1999 in zoverre dat de geslachtsnaam en voornaam werden gecorrigeerd.
Uitkomst: De rechtbank wijzigt de vastgestelde geboortegegevens door correctie van de omgekeerde voor- en geslachtsnaam in de adoptiebeschikking.
Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige kamer
Rekestnummer: FA RK 25-1686
Zaaknummer: C/09/681393
Datum beschikking: 19 december 2025
Wijziging vastgestelde geboortegegevens ex artikel 1:25d BW
Beschikkingop het op 28 januari 2025 ingekomen verzoek van de officier van justitie in het arrondissement Den Haag.
Als belanghebbenden worden aangemerkt:
[de vrouw] ,
de vrouw,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
en
de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente ’s-Gravenhage,
zetelend te ’s-Gravenhage,
de ambtenaar.
Procedure
De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:
- het verzoekschrift, met bijlagen (waaronder een instemmingsverklaring van de vrouw van 11 april 2024);
- het verweerschrift;
- de brief van de officier van justitie van 30 oktober.
Verzoek en verweer
Het verzoek strekt tot verbetering van de geboorteakte met nummer [geboorteakte] van het jaar 1999, ingeschreven in het register van geboorten ’s-Gravenhage op 9 juli 1999.
De ambtenaar heeft verweer gevoerd, welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken.
Feiten
Bij beschikking van de Rechtbank Arnhem van 4 mei 1999:
is de adoptie van de vrouw uitgesproken;
zijn de geboortegegevens van de vrouw vastgesteld als:
Op 9 juli 1999 is door de ambtenaar op basis van de uitspraak van de arrondissementsrechtbank te Arnhem van 4 mei 1999 betreffende de vaststelling van de gegevens voor de geboorteakte een akte van inschrijving van rechterlijke uitspraak betreffende de vrouw opgemaakt, met als nummer [geboorteakte] van het jaar 1999.
De vrouw heeft de Nederlandse nationaliteit.
Beoordeling
Rechtsmacht en toepasselijk recht
De rechtbank is van oordeel dat de Nederlandse rechter op grond van artikel 3 onderPro a van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) rechtsmacht toekomt. Nu het verzoek strekt tot verbetering van een Nederlandse akte, is Nederlands recht van toepassing op het verzoek tot verbetering van de akte.
Wijziging van de vastgestelde geboortegegevens
Uit het verzoekschrift van de officier van justitie volgt dat door de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Nijmegen aan hem is gevraagd om een verzoek tot verbetering van de geboorteakte in te dienen. In de geboorteakte van de vrouw zijn haar voor- en geslachtsnaam omgewisseld, zodat de officier van justitie verzoekt om deze akte te verbeteren op grond van artikel 1:24 vanPro het Burgerlijk Wetboek en als geslachtsnaam wordt opgenomen ‘ [naam 1] ’ en als voornaam ‘ [naam 2] ’.
Met de ambtenaar is de rechtbank van oordeel dat in de geboorteakte geen sprake is van een kennelijke schrijf- of spelfout of een kennelijke misslag, omdat de geboorteakte overeenstemt met de voornoemde beschikking van 4 mei 1999. De ambtenaar heeft aldus de gegevens gevolgd die door de rechtbank zijn vastgesteld. Het verzoek van de officier van justitie tot verbetering van de akte op grond van artikel 1:24 BWPro kan daarom niet worden toewezen. De rechtbank zal de rechtsgronden aanvullen en het verzoek van de officier van justitie opvatten als een verzoek gebaseerd op artikel 1:25d BW. Dit betreft een verzoek aan de rechtbank om de geboortegegevens van de vrouw zoals vastgesteld bij voornoemde beschikking van 4 mei 1999 te wijzigen in die zin dat de geslachts- en voornaam worden verbeterd. De ambtenaar heeft geen bezwaar tegen deze verbetering.
Op grond van artikel 1:25d BW kan de rechtbank Den Haag op verzoek van het openbaar ministerie, van een belanghebbende of van de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente ‘s-Gravenhage een krachtens artikel 1:25c BW gegeven beschikking wijzigen op grond dat de vastgestelde gegevens onjuist of onvolledig zijn. De rechtbank zal in het navolgende beoordelen of er grond is voor wijziging van de beschikking van 4 mei 1999.
Uit het (Chinese) notarieel certificaat van adoptie dat door de officier van justitie is overgelegd, blijkt dat de naam van de vrouw (vertaald) ‘ [naam 3] ’ was ten tijde van haar geboorte. Daarbij is het eerste teken de geslachtsnaam is en het tweede teken de voornaam. Dezelfde volgorde volgt uit het (Chinese) notarieel geboortecertificaat. Naar oordeel van de rechtbank staat daarom volgorde van de geslachts- en voornaam voldoende vast. Daaruit volgt ook de misslag die door de Rechtbank Arnhem in de beschikking van 4 mei 1999 is gemaakt. Haar voor- en geslachtsnaam zijn daarbij omgedraaid.
Uit de overgelegde instemmingsverklaring van de vrouw blijkt dat zij instemt met de verzochte verbetering van haar geboorteakte.
Gelet op het voorgaande komt de rechtbank tot het oordeel dat de geslachtsnaam en voornaam bij de adoptiebeschikking onjuist (omgekeerd) zijn vastgesteld. Het verzoek op grond van artikel 1:25d BW is daarom op navolgende wijze voor toewijzing vatbaar.
Beslissing
De rechtbank – met wijziging in zoverre van voormelde beschikking van de Rechtbank Arnhem van 4 mei 1999 –:
stelt de volgende geboortegegevens van de vrouw vast:
geslachtsnaam: [naam 1] ;
voornaam: [naam 2] ;
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mr. L.L. Benink, rechter, bijgestaan door mr. S.B. Boekema als griffier, en in het openbaar uitgesproken op 19 december 2025.