ECLI:NL:RBDHA:2025:26879
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen tijdelijke sluiting inrichting wegens explosie en veiligheidsrisico
Op 1 november 2025 vond een explosie plaats bij een inrichting in Den Haag, waarbij aanzienlijke vernielingen ontstonden. De politie hield een verdachte aan, maar de eigenaar van de inrichting werd ook betrokken in een onderliggende eerwraakkwestie die verband houdt met het incident. De burgemeester besloot de inrichting voor drie maanden te sluiten om herhaling van geweld te voorkomen en de openbare orde te beschermen.
De eigenaar stelde bezwaar tegen de sluiting en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening, stellende dat de sluiting onevenwichtig is en het voortbestaan van de onderneming bedreigt. De voorzieningenrechter oordeelde dat er sprake is van een spoedeisend belang vanwege het risico op faillissement, maar dat de sluiting gelet op de ernst van de situatie en het veiligheidsrisico gerechtvaardigd is.
De rechter benadrukte dat de burgemeester op grond van de Gemeentewet en de APV bevoegd is tot sluiting indien de openbare orde dit vereist, en dat de duur van drie maanden niet onevenredig is gezien de omstandigheden. De aanwezigheid van een nog niet opgelost eerwraakconflict en het lopende strafrechtelijk onderzoek rechtvaardigen de maatregel. Het verzoek om voorlopige voorziening werd daarom afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de tijdelijke sluiting van de inrichting wordt afgewezen omdat de sluiting proportioneel en noodzakelijk is ter bescherming van de openbare orde.