Eiser vroeg een omgevingsvergunning aan voor het bouwen van een serre aan een restaurant, maar de gemeente weigerde deze vergunning omdat de serre in strijd was met het bestemmingsplan en geen privaatrechtelijke toestemming was gegeven voor het gebruik van de gemeentelijke grond.
De rechtbank stelde vast dat eiser geen belanghebbende is in de zin van de Algemene wet bestuursrecht omdat het bouwplan niet kan worden verwezenlijkt zonder toestemming van de gemeente, die eigenaar is van de grond. Dit oordeel werd ondersteund door een e-mail van de gemeente waarin expliciet werd aangegeven dat geen privaatrechtelijke toestemming wordt gegeven voor bebouwing op die locatie.
Eiser voerde aan dat de serre er al stond en dat er gesprekken waren over een huurovereenkomst, maar deze stellingen werden onvoldoende onderbouwd en door de gemeente gemotiveerd betwist. Ook het beroep op het verbod van reformatio in peius werd verworpen omdat eiser door het bestreden besluit niet slechter af is dan bij het primaire besluit.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af. De uitspraak werd gedaan door rechter A.J. van der Ven op 13 januari 2025.