ECLI:NL:RBDHA:2025:26976

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
9 december 2025
Publicatiedatum
22 januari 2026
Zaaknummer
24/140
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Proces-verbaal
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing omgevingsvergunning legalisatie dakkapel wegens niet voldoen aan redelijke eisen van welstand

Eiseres heeft een omgevingsvergunning aangevraagd voor het legaliseren van een reeds gebouwde dakkapel aan de achterzijde van haar woning. Het college van burgemeester en wethouders van Zoetermeer heeft deze aanvraag afgewezen omdat de dakkapel niet voldoet aan de redelijke eisen van welstand, ondanks dat deze voldoet aan het bestemmingsplan.

De rechtbank stelt vast dat de dakkapel op 12 cm van de dakrand met het buurpand staat, wat korter is dan de vereiste 0,5 meter. Het college heeft het negatieve welstandsadvies van de stadsbouwmeester gevolgd, die oordeelde dat de positionering van de dakkapel onwenselijk is vanwege het risico op aaneengeschakelde dakkapellen in het cultuurhistorisch hooggewaardeerde Pleintjesplan.

Eiseres heeft verschillende beroepsgronden ingetrokken en haar overige bezwaren, zoals de kleur van de dakkapel en het gewicht van het risico op aaneenschakeling, zijn door de rechtbank verworpen. Ook het beroep op het evenredigheidsbeginsel faalt, omdat het college terecht zwaar heeft getoetst aan de welstandseisen. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en er is geen aanleiding voor proceskostenvergoeding.

Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de omgevingsvergunning voor de dakkapel wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Bestuursrecht
zaaknummer: SGR 24/140
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 9 december 2025 in de zaak tussen

[eiseres] , uit [woonplaats] , eiseres

(gemachtigde: mr. M.L. Santokhi),
en

het college van burgemeester en wethouders van Zoetermeer

(gemachtigden: mr. F.B. Simsek, A.O. Berghuis en M.H. Panman).

Inleiding

Met het primaire besluit van 4 juli 2023 heeft het college de aanvraag van eiseres om een omgevingsvergunning tot het legaliseren van de dakkapel aan de achterzijde van haar woning aan de [adres] geweigerd.
Met het bestreden besluit van 23 november 2023 heeft het college het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard.
Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Het college heeft gereageerd met een verweerschrift.
De rechtbank heeft het beroep op 9 december 2025 op zitting behandeld. Eiseres en haar gemachtigde zijn verschenen. Het college heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigden.
Na afloop van zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Overwegingen

1. De aanvraag om een omgevingsvergunning voor het legaliseren van een dakkapel aan de achterkant van de woning aan de [adres] is door het college afgewezen. Deze dakkapel is reeds gebouwd zonder een daarvoor verleende vergunning. Het college heeft de aanvraag afgewezen, omdat de dakkapel niet zou voldoen aan de redelijke eisen van welstand.
1.1.
Tussen partijen is niet in geschil dat de dakkapel voldoet aan de regels van het bestemmingsplan. Tussen partijen is evenmin in geschil dat de dakkapel op een kortere afstand dan 0,5 meter van de dakrand is geplaatst. De rechtbank gaat er vanuit dat de dakkapel 12 cm van de dakrand met het buurpand aan Beijerland 33 staat, want dat is de afstand die in de aanvraag is genoemd.
1.2.
Eiseres heeft de beroepsgrond dat volgens paragraaf A3.5 van de Welstandsnota Zoetermeer 2012 had moeten worden getoetst aan een ander criterium, namelijk of het bouwwerk in ernstige mate afwijkt van de redelijke eisen van welstand, ingetrokken. Ook de beroepsgrond dat in dit geval de welstandstoets de bouwmogelijkheden van het bestemmingsplan beperkt en het beroep op het gelijkheidsbeginsel is ingetrokken.
2. Eiseres voert aan dat de omstandigheid dat de dakkapel afwijkt van de landelijke voorwaarden voor vergunningvrij bouwen niet automatisch zou moeten betekenen dat deze in strijd is met de redelijke eisen van welstand.
2.1.
Deze beroepsgrond slaagt niet. In paragraaf D.5 van de Welstandsnota staat dat als niet aan de eis van 0,5 m aan weerszijden van de dakkapel wordt voldaan er geen automatisch positief advies wordt gegeven, maar dat de aanvraag dan wordt voorgelegd aan de stadsbouwmeester. Dat is in dit geval gebeurd. De stadsbouwmeester heeft inhoudelijk naar het bouwplan gekeken en geen automatisch negatief advies gegeven.
3. Verder betoogt eiseres dat het college ten onrechte het welstandsadvies aan het besluit ten grondslag heeft gelegd. Volgens eiseres is het welstandsadvies inhoudelijk niet juist. Ten eerste staat in het advies ten onrechte dat de kleur van de dakkapel detoneert in de omgeving. Ten tweede is er ten onrechte gewicht toegekend aan de omstandigheid dat er een risico bestaat dat er een aaneengeschakelde dakkapel ontstaat met de buren.
3.1.
Deze beroepsgrond slaagt ook niet. Wat betreft de kleur van de dakkapel, heeft het college aangegeven dat dit niet doorslaggevend is voor het negatieve welstandsadvies. Het gaat om de positionering van de dakkapel en dat deze te dicht op de grens van het dak met de buren staat.
3.2.
In het welstandsadvies van 8 juni 2023 is geconcludeerd dat de dakkapel verkeerd is gepositioneerd. De woning maakt onderdeel uit van het cultuurhistorisch hooggewaardeerde Pleintjesplan. Het is daarom onwenselijk dat er op dit dakvlak te grote of aaneengeschakelde dakkapellen gesitueerd worden. Als het buurpand ook besluit op dezelfde manier een dakkapel op het achterdakvlak te plaatsen, blijft er onvoldoende ruimte tussen de dakkapellen over. Er ontstaan dan aaneengeschakelde dakkapellen, hetgeen onwenselijk is voor het bestaande daklandschap.
3.3.
De rechtbank ziet geen reden om te oordelen dat dit welstandsadvies niet deugdelijk is of inhoudelijk niet klopt. Het is geen onjuistheid dat er een risico bestaat dat er aaneengeschakelde dakkapellen ontstaan of dat er te weinig ruimte overblijft tussen de dakkapellen, wanneer het buurpand ook besluit een dakkapel te plaatsen. Het is ook niet in strijd met de ex tunc-toetsing om gewicht toe te kennen aan dit risico. Dit risico bestond immers ten tijde van het nemen van het bestreden besluit.
3.4.
Dat eiseres en haar buren een overeenkomst willen sluiten om te voorkomen dat zij een dakkapel bouwen, leidt evenmin tot het oordeel dat het college het welstandsadvies niet heeft mogen volgen. Het college heeft zich terecht op het standpunt gesteld dat daarmee niet wordt weggenomen dat de dakkapel van eiseres te dicht bij de dakrand staat. Het college heeft zich bovendien op het standpunt kunnen stellen dat als hiervoor toch een omgevingsvergunning wordt verleend een precedent zal worden geschapen, waardoor andere woningen ook dakkapellen dichterbij de dakrand kunnen realiseren.
4. Er is ook geen sprake van strijd met het evenredigheidsbeginsel. De rechtbank begrijpt dat de aannemer van eiseres de dakkapel verkeerd heeft geplaatst, ondanks de afspraken die eiseres daarover heeft gemaakt. Dit is vervelend voor eiseres, net als het vervelend is als de dakkapel zou moeten worden verkleind. Deze omstandigheden maken echter niet dat het onevenredig is de omgevingsvergunning te weigeren. Deze omstandigheden staan buiten het college. Het gaat bovendien om een dakopbouw die niet voldoet aan de redelijke eisen van welstand. Het betreft een permanent bouwwerk, waardoor het niet voldoen aan de redelijke eisen van welstand in principe voor een lange tijd kan voortbestaan. Het college heeft daarom een zwaarder gewicht mogen toekennen aan het vasthouden aan de welstandseisen.
5. Het beroep is daarom ongegrond. Voor vergoeding van de proceskosten bestaat geen aanleiding. Eiseres krijgt ook het betaalde griffierecht niet terug.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J. Schaaf, rechter, in aanwezigheid van mr. I. Ince, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 9 december 2025.
griffier
rechter
Een afschrift van dit proces-verbaal is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop dit proces-verbaal is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.