Uitspraak
Beschikking op het op 12 oktober 2025 ingekomen verzoek van:
Procedure
- het verzoekschrift;
- het verweerschrift, tevens zelfstandig verzoekschrift.
- het verzoekschrift;
- het verweerschrift, tevens zelfstandig verzoekschrift;
- de moeder bijgestaan door haar advocaat;
- de vader bijgestaan door zijn advocaat;
- [naam] namens de Raad voor de Kinderbescherming (de Raad).
Verzoek en verweer (voorlopige voorzieningen)
Verzoek en verweer (bodemprocedure)
Feiten
- Partijen zijn gehuwd op [dag] 2010 te [plaats] .
- Zij zijn de ouders van de volgende minderjarige kinderen:
- De kinderen hebben de hoofdverblijfplaats bij de moeder.
- Partijen oefenen het gezamenlijk gezag over de kinderen uit.
- Deze rechtbank heeft op 29 juli 2020 voorlopige voorzieningen getroffen, voor zover van belang, inhoudende:
Beoordeling
voorlopigezorgregeling bepalen waarbij hij om het weekend bij de vader verblijft. Deze regeling gaat pas in, nadat [minderjarige 1] en de vader een herstelgesprek/herstelgesprekken hebben gehad. De rechtbank zal een definitieve beslissing omtrent de zorgregeling ten aanzien van [minderjarige 1] aanhouden, in afwachting van de uitkomst van de bemiddeling tussen [minderjarige 1] en de vader.
Beslissing
voorlopigom de week een weekend bij de vader zal zijn, en bepaalt daarbij dat deze regeling niet eerder ingaat dan dat er onder (professionele) begeleiding een vorm van herstelbemiddeling tussen [minderjarige 1] en zijn vader heeft plaatsgevonden;
ten aanzien van de zorgregeling (ten aanzien van [minderjarige 1] )pro forma aan tot 1 juni 2026.