Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 11 december 2025 in de zaak tussen
[eiser] , uit Afghanistan, eiser
de minister van Justitie en Veiligheid, verweerder
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een voormalige tolk voor de EU-missie EUPOL in Afghanistan, verzocht om overbrenging naar Nederland samen met zijn gezin op grond van de Tolkenregeling. Deze regeling biedt bescherming aan lokale medewerkers die voor Nederlandse militaire missies hebben gewerkt en daardoor gevaar lopen. Verweerder wees het verzoek af omdat eiser niet aannemelijk had gemaakt dat hij werkzaamheden had verricht voor een Nederlandse functionaris van EUPOL.
Eiser voerde aan dat hij meer dan drie maanden voor EUPOL had gewerkt en dat het niet vereist is exclusief voor een Nederlandse functionaris te hebben gewerkt. Ook stelde hij dat hij als hoog profiel medewerker moest worden beschouwd en dat het gelijkheidsbeginsel hem bescherming zou moeten bieden. Daarnaast stelde hij dat hij gehoord had moeten worden vanwege de beleidsruimte van verweerder.
De rechtbank oordeelde dat de Tolkenregeling buitenwettelijk begunstigend beleid betreft en dat verweerder terughoudend mag toetsen. Omdat eiser niet had aangetoond dat hij voor een Nederlandse functionaris had gewerkt, viel hij niet onder de regeling. Het gelijkheidsbeginsel bood geen grond voor bescherming na de evacuatiefase en de hoorplicht was niet geschonden. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en verweerder mocht het verzoek afwijzen.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van het verzoek om overbrenging op grond van de Tolkenregeling is ongegrond verklaard.