ECLI:NL:RBDHA:2025:27164
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Weigering afgifte Verklaring Omtrent het Gedrag voor chauffeurskaart bevestigd
Eiser heeft een aanvraag ingediend voor een Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) om als taxichauffeur te kunnen werken. De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft deze aanvraag geweigerd op grond van strafbare feiten die binnen de terugkijktermijn van vijf jaar in het Justitieel Documentatiesysteem zijn geregistreerd, waaronder opiumdelicten uit 2013-2017 en recente veroordelingen.
Eiser voerde aan dat hij sinds september 2023 geen contact meer had met politie, dat hij zijn leven verbeterd heeft en dat hij een cursus bij het CBR heeft gevolgd om zijn gedrag te verbeteren. Hij stelde dat de kans op herhaling klein is en dat hij met zijn inkomen voor zijn gezin wil zorgen.
De rechtbank oordeelt dat verweerder beoordelingsruimte heeft bij de afgifte van een VOG en dat het belang van de samenleving bij beperking van risico's zwaarder weegt dan het belang van eiser. De recente veroordelingen en de lopende proeftijd tot november 2026 zijn zwaarwegend. De positieve ontwikkelingen van eiser doen hieraan onvoldoende af.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de weigering van de VOG. Eiser krijgt geen griffierecht of proceskostenvergoeding terug. De uitspraak is gedaan door rechter W.A. Timmer op 30 december 2025.
Uitkomst: De rechtbank bevestigt de weigering van de VOG vanwege recente strafbare feiten en lopende proeftijd.