ECLI:NL:RBDHA:2025:27199
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag machtiging voorlopig verblijf wegens ontbreken beschermenswaardig familie- en gezinsleven
Eiser, een Albanese nationaliteit dragende man, heeft voor de derde keer een aanvraag ingediend voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) met als verblijfsdoel familie en gezin, gericht op verblijf bij zijn vier in Nederland geboren kinderen met de Nederlandse nationaliteit. Eerdere aanvragen in 2017 en 2020 zijn afgewezen en deze afwijzingen zijn in rechte vastgesteld.
De minister van Asiel en Migratie heeft de derde aanvraag afgewezen omdat eiser niet beschikt over een mvv en niet in aanmerking komt voor vrijstelling. Tevens is geoordeeld dat er geen sprake is van een beschermenswaardig familie- of gezinsleven in de zin van artikel 8 EVRM Pro, omdat eiser geen feitelijke invulling geeft aan het familieleven met zijn kinderen. De rechtbank bevestigt dat eiser geen nieuwe feiten heeft aangevoerd die tot een ander oordeel zouden moeten leiden.
Eiser voerde aan dat hij is vrijgesproken van belaging en dat hij contact met zijn kinderen heeft hersteld, maar dit is niet aannemelijk gemaakt. Ook het aangevoerde beschermenswaardige privéleven en de verwijzingen naar media en eigen publicaties overtuigen de rechtbank niet. De belangenafweging in het kader van artikel 8 EVRM Pro valt in het nadeel van eiser uit. Het beroep wordt ongegrond verklaard, het bestreden besluit blijft in stand en eiser krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de aanvraag voor een machtiging tot voorlopig verblijf wordt ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.