ECLI:NL:RBDHA:2025:27219
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Grensdetentie onrechtmatig wegens overschrijding maximale duur door late asielbehandeling
Eiseres, een Syrische vrouw, werd op 18 november 2025 onderworpen aan een vrijheidsontnemende maatregel op grond van artikel 6, derde lid, van de Vreemdelingenwet 2000. Zij stelde beroep in tegen deze maatregel en verzocht tevens om schadevergoeding. De rechtbank behandelde het beroep op 16 december 2025.
De rechtbank stelde vast dat de maximale grensdetentietermijn van 13 weken op 17 februari 2026 zou verstrijken. Uit navraag bij de griffie bleek dat het asielberoep van eiseres niet binnen deze termijn kon worden behandeld, omdat alle zittingen in het eerste kwartaal van 2026 al volgepland waren. Hierdoor zou de detentie langer duren dan wettelijk toegestaan.
De rechtbank oordeelde dat voortzetting van de grensdetentie niet evenredig is en derhalve onrechtmatig vanaf 17 december 2025, de dag na het sluiten van het onderzoek. De maatregel werd daarom opgeheven met ingang van die datum. Tevens werd een schadevergoeding van €100 toegekend voor één dag onrechtmatige detentie en werden de proceskosten van €1.814 aan eiseres toegekend.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond en beveelt de opheffing van de grensdetentie met ingang van 17 december 2025 wegens overschrijding van de maximale detentietermijn.