ECLI:NL:RBDHA:2025:27231

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
18 november 2025
Publicatiedatum
3 februari 2026
Zaaknummer
NL25.50886
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 30 Vreemdelingenwet 2000DublinverordeningArt. 3 EVRMArt. 4 Handvest
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ongegrond verklaring beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening en interstatelijk vertrouwensbeginsel

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie om zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel niet in behandeling te nemen, omdat op grond van de Dublinverordening Spanje verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag.

De rechtbank heeft het beroep op 4 november 2025 behandeld en beoordeelt of het interstatelijk vertrouwensbeginsel ten aanzien van Spanje nog kan worden toegepast, ondanks de door eiser aangevoerde structurele tekortkomingen in de opvangvoorzieningen in Spanje, zoals beschreven in het AIDA-rapport van april 2025 en de lopende inbreukprocedure van de Europese Commissie.

De rechtbank oordeelt dat de gebreken in de Spaanse opvang onvoldoende ernstig en structureel zijn om het vertrouwensbeginsel te doorbreken. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft dit standpunt bevestigd in eerdere uitspraken. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard, waardoor het besluit van de minister in stand blijft en eiser kan worden overgedragen aan Spanje.

Eiser krijgt geen vergoeding van proceskosten. De uitspraak is gedaan door rechter B. Fijnheer en griffier T. Rommes op 18 november 2025.

Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en de overdracht aan Spanje blijft mogelijk.

Uitspraak

uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL25.50886
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], V-nummer: [V-nummer] , eiser (gemachtigde: mr. D.G. Metselaar),
en

de minister van Asiel en Migratie, de minister (gemachtigde: I. Vugs).

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen het niet in behandeling nemen van de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De minister heeft de aanvraag met het bestreden besluit van 16 oktober 2025 niet in behandeling genomen omdat Spanje verantwoordelijk is voor de aanvraag.
1.1.
De rechtbank heeft het beroep op 4 november 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van eiser en de gemachtigde van de minister.

Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank beoordeelt het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag van eiser. Zij doet dat aan de hand van de argumenten die eiser heeft aangevoerd, de beroepsgronden.
3. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Dat betekent dat eiser ongelijk krijgt en het niet in behandeling nemen van zijn aanvraag in stand blijft. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Totstandkoming van het besluit
4. De Europese Unie heeft gezamenlijke regelgeving over het in behandeling nemen van asielaanvragen. Die staat in de Dublinverordening. Op grond van de Dublinverordening neemt de minister een asielaanvraag niet in behandeling als is vastgesteld dat een andere lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.1 In dit geval heeft Nederland bij Spanje een verzoek om overname gedaan. Spanje heeft dit verzoek aanvaard.
1. Dit staat ook in artikel 30, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000.
Interstatelijk vertrouwensbeginsel
5. Eiser voert aan dat ten aanzien van Spanje niet meer uit kan worden gegaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel, omdat er sprake is van structurele tekortkomingen in de opvangvoorziening. Ten aanzien van de opvangvoorzieningen verwijst eiser het AIDA-rapport van 30 april 2025 en naar de inbreukprocedure die de Europese Commissie heeft gestart tegen Spanje vanwege de tekortkomingen in de opvangvoorzieningen. Eiser stelt dat er jarenlang wordt gerapporteerd dat er een tekort is aan opvangplaatsen en dat Spanje hierdoor niet voldoet aan zijn unierechtelijke opvangverplichtingen. Volgens eiser is er door dit gebrek aan opvang en huisvesting sprake van een structurele en fundamentele systeemfout.
6. De rechtbank stelt voorop dat de minister in zijn algemeenheid ten aanzien van Spanje mag uitgaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel. Dit heeft de Afdeling
bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling) in de uitspraken van 24 juni 20242 en recentelijk 6 mei 20253 nog bevestigd. Het is daarom in beginsel aan eiser om aannemelijk te maken dat hij bij overdracht aan Spanje, als gevolg van het niet nakomen van internationale verplichtingen door de Spaanse autoriteiten, een reëel risico loopt op een behandeling die in strijd is met artikel 3 van Pro het EVRM en artikel 4 van Pro het Handvest.
Daarvan is sprake in het geval de vreemdeling aannemelijk maakt dat er structurele tekortkomingen in het asiel- en opvangsysteem zijn, die een bijzonder hoge drempel van zwaarwegendheid bereiken, zoals neergelegd in het arrest Jawo.4
7. De rechtbank oordeelt dat de gebreken in de Spaanse opvangvoorzieningen onvoldoende zijn om tot het oordeel te komen dat ten aanzien van Spanje niet meer uit kan worden gegaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel. Het is niet gebleken dat de opvangproblemen in Spanje zo structureel en ernstig zijn, dat bij overdracht aan Spanje op voorhand sprake is van een reëel risico op een met artikel 3 van Pro het EVRM en artikel 4 van Pro het Handvest strijdige behandeling. Op 3 september 2025 heeft de Afdeling een uitspraak van deze rechtbank5 en zittingsplaats van 25 augustus 2025 bevestigd.6 Uit deze uitspraak volgt dat het AIDA rapport van 30 april 2025 onvoldoende is om ten aanzien van de opvangomstandigheden in Spanje te concluderen dat er niet meer uit kan worden gegaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel. Het AIDA-rapport over 2024 van april 2025 schetst namelijk geen wezenlijk ander beeld van de opvangsituatie van asielzoekers in Spanje dan waar de Afdeling eerder over heeft geoordeeld. Ook de omstandigheid dat er een inbreukprocedure loopt, leidt niet tot een ander oordeel. Het starten van deze procedure is op zichzelf onvoldoende om aan te tonen dat Spanje structurele tekortkomingen heeft in de opvangvoorzieningen. Daar komt bij dat de Europese Commissie de Spaanse autoriteiten de gelegenheid heeft gegeven om de gebrekkige implementatie van de Opvangrichtlijn te herstellen. De beroepsgrond slaagt niet.

Conclusie en gevolgen

8. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiser kan worden overgedragen aan Spanje. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten.
4 ECLI:EU:C:2019:218.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. B. Fijnheer, rechter, in aanwezigheid van mr. T. Rommes, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
18 november 2025

Documentcode: [Documentcode]

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.