ECLI:NL:RBDHA:2025:2726
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens vertrek met onbekende bestemming in asielprocedure
Eiser, van Syrische nationaliteit, had een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel ingediend. De minister van Asiel en Migratie had deze aanvraag niet in behandeling genomen omdat Bulgarije volgens het Dublin-verdrag verantwoordelijk was voor de aanvraag.
De rechtbank beoordeelde het beroep van eiser tegen deze beslissing zonder zitting. Tijdens de procedure bleek dat eiser met onbekende bestemming was vertrokken en geen contact meer had met zijn gemachtigde. Volgens vaste rechtspraak betekent dit dat eiser kennelijk geen prijs meer stelt op de bescherming die hij aanvankelijk zocht.
De rechtbank concludeerde dat eiser geen rechtens te beschermen belang meer heeft bij de beoordeling van het bestreden besluit en verklaarde het beroep niet-ontvankelijk. De rechtbank deed geen inhoudelijke beoordeling en wees proceskostenvergoedingen af.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat eiser met onbekende bestemming is vertrokken en geen prijs meer stelt op bescherming.