De moeder en de stiefvader hebben bij de rechtbank een verzoek ingediend om het gezag over hun minderjarige kind te wijzigen, zodat zij gezamenlijk het gezag kunnen uitoefenen. Tevens verzochten zij om de geslachtsnaam van het kind te wijzigen naar de achternaam van de stiefvader. De biologische vader, die het kind heeft erkend, is niet verschenen en heeft geen verweer gevoerd.
De rechtbank oordeelt dat de Nederlandse rechter bevoegd is en dat aan de wettelijke voorwaarden van artikel 1:253t BW is voldaan. De stiefvader heeft sinds het kind anderhalf jaar oud is samen met de moeder de zorg en opvoeding op zich genomen en wordt door het kind als vaderfiguur gezien. Er is geen gegronde vrees dat de belangen van het kind of de biologische vader worden geschaad.
Ten aanzien van de naamswijziging overweegt de rechtbank dat de geslachtsnaam een belangrijk onderdeel is van de identiteit van het kind, maar dat ook het gezinssysteem een rol speelt. Het kind voelt zich een echte lid van het gezin met de achternaam van de stiefvader en gebruikt deze naam al. De rechtbank acht het belang van het kind gediend met de naamswijziging en ziet geen belemmeringen.
De beschikking wijzigt het gezag in die zin dat moeder en stiefvader gezamenlijk gezag krijgen en wijzigt de geslachtsnaam van het kind. Tevens wordt de ambtenaar van de burgerlijke stand opgedragen de wijziging in de registers aan te brengen. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en is op 24 december 2025 uitgesproken.