ECLI:NL:RBDHA:2025:27370

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
24 december 2025
Publicatiedatum
10 februari 2026
Zaaknummer
C/09/694988 / FA RK 25-8816
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:253a BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vervangende toestemming voor vakantie met minderjarige kinderen naar Frankrijk

De moeder heeft bij de rechtbank een verzoek ingediend om vervangende toestemming te verkrijgen om met haar drie minderjarige kinderen tijdens de kerstvakantie van 29 december 2025 tot en met 4 januari 2026 naar Frankrijk te reizen. De ouders zijn sinds 2023 gescheiden en oefenen gezamenlijk gezag uit over de kinderen, die bij de moeder wonen.

De vader, die volgens de registratie mogelijk naar Irak is geëmigreerd, heeft geen verweer gevoerd en is niet verschenen op de zitting. De moeder en de kinderen hebben de vader sinds december 2024 niet meer gesproken, en hij heeft contact geblokkeerd via telefoon en e-mail.

De rechtbank heeft het verzoek beoordeeld op grond van artikel 1:253a BW en oordeelt dat het in het belang van de kinderen is om de vervangende toestemming te verlenen. De kinderen zijn al geruime tijd niet op vakantie geweest en kijken ernaar uit. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en het meer of anders verzochte is afgewezen.

Uitkomst: De rechtbank verleent de moeder vervangende toestemming om met de minderjarige kinderen in de kerstvakantie naar Frankrijk te reizen.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige Kamer
Rekestnummer: FA RK 25-8816
Zaaknummer: C/09/694988
Datum beschikking: 24 december 2025

Vervangende toestemming vakantie

Beschikking op het op 24 november 2025 ingekomen verzoek van:

[de moeder] ,

de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. M.S. Polat te Rijswijk.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de vader] ,

de vader,
volgens de Registratie Niet Ingezetenen (RNI) geëmigreerd naar Irak.

Procedure

De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:
  • het verzoekschrift;
  • het F9-formulier van 27 november 2025 van de zijde van de moeder, met bijlage;
  • het F9-formulier van 8 december 2025 van de zijde van de moeder.
De minderjarige [de minderjarige 1] heeft zich schriftelijk en telefonisch uitgesproken over het verzoek.
Op 23 december 2025 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen:
- de moeder, bijgestaan door haar advocaat en vergezeld door een tolk H. Ahmad.
De vader is, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet verschenen op de zitting.

Feiten

- Partijen zijn gehuwd geweest van 1998 tot 2023.
- Zij zijn de ouders van de volgende minderjarige kinderen:
- [de minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2009 te [geboorteplaats] ,
- [de minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2015 te [geboorteplaats] ,
- [de minderjarige 3] , geboren op [geboortedatum 3] 2017 te [geboorteplaats] .
- De ouders oefenen het gezamenlijk gezag over de kinderen uit.
- De kinderen staan ingeschreven op het adres van de moeder.

Verzoek en verweer

De moeder verzoekt – na wijziging –:
- aan de moeder vervangende toestemming te verlenen om met de minderjarigen [de minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2009 te [geboorteplaats] , [de minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2015 te [geboorteplaats] en [de minderjarige 3] , geboren op [geboortedatum 3] 2017 te [geboorteplaats] , in de periode van 29 december 2025 tot en met 4 januari 2026 op vakantie te gaan naar Frankrijk;
een en ander voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.
De vader heeft geen verweer gevoerd.

Beoordeling

Wettelijk kader
Op grond van artikel 1:253a BW kunnen in geval van gezamenlijke uitoefening van het gezag geschillen daaromtrent op verzoek van de ouders of van één van hen aan de rechtbank worden voorgelegd. Nu tijdens de mondelinge behandeling een schikking op de voet van het vijfde lid van dat wetsartikel tussen de ouders onmogelijk is gebleken, zal de rechtbank een beslissing nemen die haar in het belang van de kinderen wenselijk voorkomt.
Inhoudelijke beoordeling
De moeder wil in de kerstvakantie – te weten van 29 december 2025 tot en met 4 januari 2026 – met de kinderen op vakantie naar Frankrijk. Zowel de moeder als de kinderen hebben de vader in december 2024 voor het laatst gezien en gesproken. De vader heeft de moeder en de kinderen geblokkeerd op zijn telefoon. Ook op e-mails reageert hij niet meer. De moeder weet niet waar hij verblijft, mogelijk is hij naar Irak vertrokken.
Omdat de vader geen verweer heeft gevoerd en de rechtbank het in het belang van de kinderen acht dat zij met hun moeder op vakantie gaan, zal de rechtbank vervangende toestemming verlenen. Daarbij weegt de rechtbank mee dat de kinderen al enige tijd niet meer op vakantie zijn geweest. De rechtbank kan zich daarom voorstellen dat de kinderen hier erg naar uitkijken.

Beslissing

De rechtbank:
*
verleent toestemming aan de moeder – die de toestemming van de vader vervangt – om met de minderjarigen:
  • [de minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2009 te [geboorteplaats] ;
  • [de minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2015 te [geboorteplaats] ;
  • [de minderjarige 3] , geboren op [geboortedatum 3] 2017 te [geboorteplaats] ;
in de periode van 29 december 2025 tot en met 4 januari 2026 naar Frankrijk te reizen;
*
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
*
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mr. M.F. Baaij, kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. F.M. Wijvekate als griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van 24 december 2025.