De moeder heeft bij de rechtbank een verzoek ingediend om vervangende toestemming te verkrijgen om met haar drie minderjarige kinderen tijdens de kerstvakantie van 29 december 2025 tot en met 4 januari 2026 naar Frankrijk te reizen. De ouders zijn sinds 2023 gescheiden en oefenen gezamenlijk gezag uit over de kinderen, die bij de moeder wonen.
De vader, die volgens de registratie mogelijk naar Irak is geëmigreerd, heeft geen verweer gevoerd en is niet verschenen op de zitting. De moeder en de kinderen hebben de vader sinds december 2024 niet meer gesproken, en hij heeft contact geblokkeerd via telefoon en e-mail.
De rechtbank heeft het verzoek beoordeeld op grond van artikel 1:253a BW en oordeelt dat het in het belang van de kinderen is om de vervangende toestemming te verlenen. De kinderen zijn al geruime tijd niet op vakantie geweest en kijken ernaar uit. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en het meer of anders verzochte is afgewezen.