Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen van de minister op zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De aanvraag werd ontvangen op 31 oktober 2023, terwijl de uiterste beslistermijn van 21 maanden inmiddels was verstreken toen eiser op 24 oktober 2025 de minister in gebreke stelde. Eiser stelde vervolgens beroep in meer dan twee weken na de ingebrekestelling, waardoor het beroep kennelijk gegrond is.
De rechtbank overweegt dat de minister binnen acht weken na verzending van deze uitspraak alsnog een besluit moet nemen, omdat eiser nog niet is gehoord over zijn asielmotieven en de beslistermijn reeds is overschreden. Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom op van € 100,- per dag met een maximum van € 15.000,- voor elke dag dat de minister de termijn overschrijdt.
Verder wordt de minister veroordeeld tot betaling van de proceskosten van eiser, vastgesteld op € 453,50, vanwege de inschakeling van een professionele gemachtigde en het beperkte onderwerp van het geschil. De uitspraak is gedaan door rechter G.P. Loman en griffier C.A.A.W. van der Heijden op 15 december 2025.