Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het besluit van 11 oktober 2024 van de minister van Asiel en Migratie, waarin haar asielaanvraag werd ingewilligd, maar haar identiteit als ongeloofwaardig werd beoordeeld. De minister motiveerde onvoldoende waarom de identiteit niet geloofwaardig zou zijn, ondanks overgelegde documenten zoals een Syrisch bevolkingsregister en familieuittreksels.
De rechtbank oordeelt dat eiseres wel degelijk procesbelang heeft, omdat een ongeloofwaardige identiteit in de toekomst nadelige gevolgen kan hebben, bijvoorbeeld bij de aanvraag van een Nederlands paspoort. De minister stelde dat het motiveringsgebrek kon worden gepasseerd met een nadere motivering in het verweerschrift, maar de rechtbank vindt deze onvoldoende en onvolledig.
De rechtbank stelt vast dat de minister niet heeft gemotiveerd waarom de overgelegde documenten niet tot een ander oordeel leiden en dat de argumenten over mogelijke fraude onvoldoende zijn onderbouwd. Daarom wordt het beroep gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd voor zover het de ongeloofwaardige identiteit betreft.
De minister wordt opgedragen binnen zes weken een nieuw besluit te nemen rekening houdend met deze uitspraak. Tevens wordt de minister veroordeeld tot betaling van de proceskosten van eiseres.