ECLI:NL:RBDHA:2025:27722
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging afwijzing machtiging voorlopig verblijf wegens ondeugdelijke motivering familie- of gezinsleven
Eiser, geboren in 2006 in Suriname, vroeg een machtiging tot voorlopig verblijf aan om bij zijn biologische vader, de referent, in Nederland te verblijven. De minister wees deze aanvraag af omdat volgens hem geen sprake was van familie- of gezinsleven zoals bedoeld in artikel 8 EVRM Pro, mede omdat eiser niet was geboren uit een huwelijk of niet-huwelijkse relatie en er onvoldoende hechte banden zouden zijn.
De rechtbank stelde vast dat eiser wel degelijk uit een niet-huwelijkse relatie van de referent en diens ex-partner is geboren en dat er een hechte en persoonlijke band bestaat. De referent heeft regelmatig contact gehouden, geld overgemaakt, de voogdij verkregen en eiser bezocht. De minister had dit onvoldoende gemotiveerd en had ten onrechte geen belangenafweging gemaakt.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit wegens strijd met het motiveringsbeginsel en bepaalde dat de minister binnen zes weken een nieuw besluit moet nemen, waarbij een eventuele belangenafweging moet worden gemaakt. Tevens werd de minister veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan eiser.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit van de minister wordt vernietigd wegens ondeugdelijke motivering over het ontbreken van familie- of gezinsleven.