ECLI:NL:RVS:2024:1189
Raad van State
- Hoger beroep
- C.M. Wissels
- A. Kuijer
- J. Schipper-Spanninga
- Rechtspraak.nl
Vreemdeling afgewezen voor gezinshereniging bij volwassen zoon op grond van artikel 8 EVRM
De zaak betreft een 58-jarige vrouw uit Syrië die verblijf wil als familie- of gezinslid bij haar 30-jarige zoon, die sinds 2018 een asielvergunning in Nederland heeft. De staatssecretaris wees de aanvraag om een machtiging tot voorlopig verblijf af, omdat de zoon niet voldoet aan het jongvolwassenenbeleid en er geen bijkomende elementen van afhankelijkheid of hechte persoonlijke banden zijn tussen moeder en zoon.
De rechtbank vernietigde het besluit van de staatssecretaris wegens ondeugdelijke belangenafweging, met name omdat emotionele banden niet voldoende waren meegewogen. Zowel de vreemdeling als de staatssecretaris gingen in hoger beroep. De Raad van State oordeelt dat de staatssecretaris terecht heeft vastgesteld dat er geen bijkomende elementen van afhankelijkheid zijn die uitstijgen boven het gebruikelijke en dat daarom geen beschermenswaardig familieleven in de zin van artikel 8 EVRM Pro bestaat.
De Raad vernietigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het beroep van de vreemdeling ongegrond. Ook vernietigt de Raad het besluit van 24 maart 2023 dat voortkwam uit de vernietigde uitspraak. De emotionele banden, hoewel indringend geschetst, zijn onvoldoende om een verblijfsrecht op grond van artikel 8 EVRM Pro te rechtvaardigen. De staatssecretaris hoefde geen belangenafweging te maken omdat de afhankelijkheid ontbrak.
Uitkomst: Het hoger beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het beroep wordt afgewezen wegens het ontbreken van bijkomende elementen van afhankelijkheid.