ECLI:NL:RBDHA:2025:2775
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing visumaanvraag kort verblijf wegens onvoldoende sociale en economische binding met Pakistan
Eiseres, een Pakistaanse vrouw, vroeg op 25 juli 2023 een visum voor kort verblijf aan om bij familie in Nederland te verblijven. De minister wees de aanvraag af wegens redelijke twijfel aan haar voornemen om Nederland tijdig te verlaten, omdat onvoldoende sociale en economische binding met Pakistan was aangetoond.
Eiseres betoogde dat zij sterke sociale banden heeft met Pakistan, waaronder haar familie en haar verloving, en dat zij een goede economische positie heeft door haar studie en werk als advocaat. De rechtbank oordeelde echter dat de minister terecht aannam dat eiseres onvoldoende zelfstandige sociale verantwoordelijkheden heeft en onvoldoende bewijs leverde van een substantieel inkomen om terugkeer te waarborgen.
De rechtbank verwierp ook het bezwaar dat de minister ten onrechte afzag van een hoorzitting, omdat de minister redelijkerwijs kon aannemen dat het bezwaar geen ander besluit zou opleveren. Het beroep werd ongegrond verklaard, en eiseres kreeg geen vergoeding van griffierecht of proceskosten.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van het visum kort verblijf wordt ongegrond verklaard.