ECLI:NL:RBDHA:2025:2811
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Vernietiging afwijzing asielaanvraag wegens onvoldoende onderzoek minderjarigheid en nationaliteit
Eiser diende een asielaanvraag in die door de minister werd afgewezen als kennelijk ongegrond vanwege twijfels over zijn identiteit, nationaliteit en herkomst. De minister vond de verklaringen van eiser tegenstrijdig met het echt bevonden Keniaanse paspoort en meende dat eiser onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat het paspoort frauduleus was verkregen of dat hij alleen de Somalische nationaliteit bezit.
De rechtbank oordeelde dat eiser alles redelijkerwijs kon doen om van de Keniaanse autoriteiten een verklaring te verkrijgen over de rechtsgeldigheid van het paspoort en zijn nationaliteit, waaronder meerdere pogingen van zijn gemachtigde om contact te leggen met de Keniaanse ambassade. De minister werd daarom verplicht zelf contact op te nemen met de autoriteiten.
Daarnaast stelde eiser dat hij minderjarig is en leverde hij een Somalische geboorteakte als bewijs. De minister had geen schouw uitgevoerd en onvoldoende gemotiveerd waarom hij niet minderjarig zou zijn. De rechtbank vond dit onzorgvuldig en oordeelde dat de minister had moeten onderzoeken of eiser minderjarig is, om te voorkomen dat minderjarigen onterecht langdurig in bewaring worden gehouden.
De rechtbank vernietigde het besluit van 4 december 2024, wees het verzoek om voorlopige voorziening af, en beval de minister binnen acht weken een nieuw besluit te nemen. Tevens kende de rechtbank een schadevergoeding van €8.400 toe voor de onrechtmatige vrijheidsontneming en een proceskostenvergoeding van €2.721 aan eiser.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt de afwijzing van de asielaanvraag wegens onvoldoende onderzoek naar minderjarigheid en nationaliteit en beveelt een nieuw besluit.