Eiser, sinds 2004 reservist bij de Koninklijke Marechaussee, werd wegens een integriteitsonderzoek vanaf juli 2015 niet meer opgeroepen en in maart 2017 ontslagen wegens wangedrag. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het ontslag te zwaar was. Verweerder stelde een schadevergoeding vast, maar eiser betwistte de hoogte hiervan.
De rechtbank oordeelt dat verweerder niet verplicht was tot nabetaling over de periode vóór het ontslag, omdat het inkomensverlies toen het gevolg was van het integriteitsonderzoek en niet van het ontslag zelf. Voor deze periode was een coulancevergoeding toegekend.
Ten aanzien van de periode na het ontslag stelde de rechtbank vast dat verweerder het schadebedrag te laag had vastgesteld door een rekenfout. Omdat eiser onvoldoende inzicht gaf in zijn inkomsten, mocht verweerder een schatting maken op basis van een gemiddeld inkomen en het aantal uren als reservist. De rechtbank corrigeerde het bedrag naar €2.832,06.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het bestreden besluit voor zover het bedrag lager was vastgesteld, en legde de vergoeding en proceskosten vast. Eiser krijgt ook het griffierecht terugbetaald.