ECLI:NL:CRVB:2014:3523
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Ontslag ambtenaar wegens weigering re-integratietraining onterecht wegens pijnklachten
Appellante, werkzaam bij de politieregio IJsselland, moest voor terugkeer in haar functie slagen voor de Integrale Beroepsvaardigheden Training (IBT). Na een revalidatieprogramma begon zij met de IBT, maar stopte vanwege ernstige pijnklachten. Hoewel de bedrijfsarts aanvankelijk stelde dat zij de training kon volgen, erkende een commissie van drie artsen en later deskundigen dat appellante reële pijnklachten en beperkingen had.
De korpschef legde appellante daarom een ontslag op wegens vermeend plichtsverzuim omdat zij de IBT niet hervatte. Appellante maakte bezwaar en overhandigde medische rapporten die haar klachten bevestigden. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat de IBT aangepast was en zij zonder geldige reden weigerde deel te nemen.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt echter dat appellante vanwege ernstige pijnklachten terecht is gestopt met de IBT. De training was niet voldoende aangepast aan haar beperkingen, met name bij groepsonderdelen en nekmanipulaties. Dit vormt geen plichtsverzuim, waardoor het ontslag onrechtmatig was. De Raad vernietigt het ontslagbesluit en bepaalt dat appellante onafgebroken in dienst is gebleven met recht op nabetaling van loon.
De korpschef wordt veroordeeld in de proceskosten en moet het betaalde griffierecht vergoeden. Hiermee wordt het eerdere ontslagbesluit herroepen en appellante beschermd tegen onterecht ontslag.
Uitkomst: Het ontslag van appellante wordt vernietigd en zij blijft in dienst met recht op nabetaling van loon.