Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiseres] , eiseres
de minister van Asiel en Migratie, verweerder
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
Conclusie en gevolgen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiseres, een Ugandese asielzoekster, diende op 20 mei 2024 een asielaanvraag in Nederland in. Verweerder nam deze aanvraag niet in behandeling, omdat Frankrijk op grond van de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling. Eiseres stelde dat het besluit niet zorgvuldig tot stand kwam, omdat geen tolk in haar voorkeurstaal Teso was gezocht, en dat zij hierdoor in haar belangen was geschaad.
De rechtbank constateerde dat verweerder geen tolk Teso had gezocht, terwijl dit wel had moeten gebeuren. Wel was er geen registertolk Teso beschikbaar in Nederland, zodat Engels als alternatief mogelijk was. Bij een gehoor op 19 juni 2024 werd een niet-registertolk Engels ingezet vanwege spoed. De rechtbank stelde vast dat mogelijk wel tijdig een registertolk Engels beschikbaar was geweest als hiernaar was gezocht, wat een zorgvuldigheidsgebrek opleverde.
Desondanks passeerde de rechtbank dit gebrek op grond van artikel 6:22 Awb Pro, omdat eiseres verklaarde de tolk goed te verstaan en niet aannemelijk had gemaakt dat zij hierdoor in haar belangen was geschaad. Verder oordeelde de rechtbank dat Frankrijk verantwoordelijk blijft, ondanks de bezwaren van eiseres over opvang en vertrouwen, omdat geen reëel risico op schending van mensenrechten is vastgesteld.
Het beroep werd ongegrond verklaard en verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten aan eiseres. De uitspraak bevestigt de toepassing van de Dublinverordening en het belang van zorgvuldigheid bij tolkinzet, zonder dat een formeel gebrek tot vernietiging leidt als belangen niet zijn geschaad.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en verweerder wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten aan eiseres.