ECLI:NL:RBDHA:2025:2920
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen voortduren maatregel bewaring vreemdeling zonder zicht op uitzetting
De rechtbank Den Haag heeft op 25 februari 2025 uitspraak gedaan in een bestuursrechtelijke zaak betreffende het voortduren van een maatregel van bewaring opgelegd aan een vreemdeling op grond van de Vreemdelingenwet 2000. Het beroep richtte zich tegen de rechtmatigheid van de bewaring sinds het sluiten van het vorige onderzoek op 21 januari 2025 en het ontbreken van zicht op uitzetting naar Algerije.
De vreemdeling stelde dat er geen duidelijkheid was over de afgifte van een laissez-passer en dat de minister onvoldoende voortvarend was in de uitzettingsprocedure. De rechtbank oordeelde dat de situatie sinds de eerdere uitspraak van 27 januari 2025 ongewijzigd was en dat de minister voldoende inspanningen had verricht, waaronder het voeren van vertrekgesprekken en het rappelleren bij de Algerijnse autoriteiten.
De rechtbank concludeerde dat er geen sprake was van het ontbreken van zicht op uitzetting binnen een redelijke termijn en dat de minister voldoende voortvarend handelde. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd en tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.