ECLI:NL:RBDHA:2025:2926
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep verblijfsvergunning wegens verblijf in buitenland zonder goede reden
Eiser, van Somalische nationaliteit, vroeg op 10 september 2024 asiel aan in Nederland. Nederland verzocht Duitsland om zijn terugname op grond van de Dublinverordening, welke werd aanvaard. Verweerder nam de asielaanvraag niet in behandeling omdat Duitsland verantwoordelijk is.
Eiser vertrok op 30 januari 2025 met onbekende bestemming uit de opvang van het COa. Zijn gemachtigde gaf aan dat hij in Frankrijk verblijft en dat hij uit paniek de opvang verliet om een voorgenomen inbewaringstelling te ontlopen. Hoewel hij nog contact onderhoudt met zijn gemachtigde, oordeelt de rechtbank dat hij geen procesbelang meer heeft omdat hij zich bewust onttrekt aan het Nederlandse toezicht en geen bescherming meer nastreeft.
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van een rechtens te beschermen belang. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding. De uitspraak is gedaan door rechter Groeneveld en griffier Feijtel op 20 februari 2025 te Rotterdam.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een rechtens te beschermen belang.