Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , eiser,
de minister van Asiel en Migratie, verweerder,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser, met de Turkse nationaliteit, maakte bezwaar tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie om de overdrachtstermijn voor zijn overbrenging aan Kroatië te verlengen tot achttien maanden. De verlenging werd ingesteld omdat eiser zich ondergedoken zou hebben, waardoor de overdracht niet binnen de reguliere termijn van zes maanden kon plaatsvinden.
Eiser stelde dat het besluit onvoldoende was gemotiveerd en dat niet duidelijk was op welke datum en op basis van welke gedragingen was vastgesteld dat hij de overdracht bewust frustreerde. De rechtbank oordeelde dat uit het dossier blijkt dat eiser niet is verschenen bij een vertrekgesprek en zijn meldplicht niet is nagekomen, waarna zijn kamer leeg werd aangetroffen. Dit leidde tot de conclusie dat hij bewust buiten bereik van de autoriteiten bleef.
De rechtbank stelde vast dat de minister de verlenging van de overdrachtstermijn op 23 januari 2025 terecht heeft vastgesteld en dat de Kroatische autoriteiten hiervan op dezelfde dag op de hoogte zijn gesteld. Het beroep van eiser werd daarom ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de verlenging van de overdrachtstermijn aan Kroatië wegens onderduiken is ongegrond verklaard.