ECLI:NL:RBDHA:2025:2944
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroepen tegen niet tijdig beslissen op asielaanvragen wegens prematuur ingediende ingebrekestellingen
Eisers hebben beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen door de minister van Asiel en Migratie op hun aanvragen voor een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd. De rechtbank heeft geen zitting gehouden omdat partijen daarmee instemden.
Volgens de Vreemdelingenwet 2000 en de Dublinverordening moet binnen zes maanden na vaststelling van verantwoordelijkheid door Nederland op de aanvraag worden beslist. Door het besluit WBV 2023/3 is de beslistermijn voor asielaanvragen ingediend tussen 1 januari 2023 en 1 januari 2024 met negen maanden verlengd.
Eisers hebben hun asielaanvragen op 25 juni 2023 ingediend. De minister heeft op 17 april 2024 de verantwoordelijkheid voor behandeling van de aanvragen op zich genomen. De beslistermijn liep daardoor tot uiterlijk 17 oktober 2024. De ingebrekestellingen zijn echter op 27 september 2024 ingediend, dus vóór het verstrijken van de verlengde beslistermijn. Hierdoor zijn de ingebrekestellingen prematuur en voldoen zij niet aan de wettelijke voorwaarden voor beroep.
De rechtbank verklaart de beroepen daarom niet-ontvankelijk en wijst de proceskostenveroordeling af. De uitspraak is gedaan door rechter G.P. Loman en griffier M.M. Mulder op 30 januari 2025.
Uitkomst: De beroepen tegen het niet tijdig beslissen op asielaanvragen zijn niet-ontvankelijk verklaard wegens prematuur ingediende ingebrekestellingen.