In een eerdere procedure heeft de rechtbank het beroep tegen het niet tijdig beslissen gegrond verklaard en aan de minister een beslistermijn van acht weken opgelegd met een dwangsom van € 100,- per dag overschrijding.
Eiser stelde opnieuw beroep in tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) in het kader van nareis. De rechtbank besloot het beroep zonder zitting te behandelen en oordeelde dat het beroep gegrond is omdat de minister de opgelegde beslistermijn niet heeft nageleefd.
De rechtbank stelt een nieuwe beslistermijn vast tot 2 mei 2025, rekening houdend met het fifo-principe dat de minister hanteert. Tevens wordt opnieuw een dwangsom van € 100,- per dag overschrijding met een maximum van € 7.500,- opgelegd. De minister wordt veroordeeld in de proceskosten en het betaalde griffierecht aan eiser te vergoeden.