ECLI:NL:RBDHA:2025:2975
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen beslissing WGA-uitkering op basis van arbeidsongeschiktheid
Eiser stelde beroep in tegen het besluit van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) waarin werd vastgesteld dat hij recht heeft op een loongerelateerde WGA-uitkering van 65,76% arbeidsongeschiktheid per 7 juni 2022. Eiser voerde aan dat zijn beperkingen, met name psychische en lichamelijke klachten, onvoldoende waren erkend en dat de functies die hem werden aangeboden niet geschikt waren.
De rechtbank benoemde een onafhankelijke verzekeringsarts als deskundige, die concludeerde dat de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) in overeenstemming is met de medische informatie en dat er geen medische grond is om af te wijken van het oordeel van verweerder. De rechtbank volgde dit oordeel en wees de bezwaren van eiser af.
De rechtbank oordeelde ook dat de functies productiemedewerker industrie en wikkelaar geschikt zijn voor eiser, ondanks zijn klachten en beperkingen. De door eiser aangevoerde argumenten over ongeschiktheid van deze functies en aanvullende beperkingen werden niet gegrond bevonden.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde het besluit van verweerder dat eiser recht heeft op een WGA-uitkering op basis van 65,76% arbeidsongeschiktheid per datum in geding. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen het besluit tot toekenning van een WGA-uitkering van 65,76% arbeidsongeschiktheid is ongegrond verklaard.