ECLI:NL:RBDHA:2025:3033
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- I.A.M. van Boetzelaer - Gulyas
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep wegens ontbreken procesbelang na MOB-melding in asielprocedure
Eiser heeft beroep ingesteld tegen de afwijzing van zijn asielaanvraag, die als kennelijk ongegrond werd beoordeeld. De rechtbank besloot partijen niet uit te nodigen voor een zitting, omdat dat niet noodzakelijk werd geacht.
De minister meldde dat eiser op 9 november 2024 door het Centraal Orgaan opvang asielzoekers als met onbekende bestemming vertrokken (MOB) was geregistreerd. De rechtbank verzocht de gemachtigde van eiser meerdere malen om aan te geven of er nog contact was met eiser, waarop de gemachtigde meldde geen recent contact te hebben en niet te weten waar eiser verblijft.
Gezien de jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, die terughoudendheid voorschrijft bij niet-ontvankelijkheid op basis van een MOB-melding, concludeerde de rechtbank dat het ontbreken van contact na de MOB-melding betekent dat eiser geen prijs meer stelt op bescherming. Hierdoor ontbreekt het procesbelang en is het beroep niet-ontvankelijk verklaard.
Er is geen aanleiding tot proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter I.A.M. van Boetzelaer - Gulyas en griffier B. Voors en is in het openbaar uitgesproken op 26 februari 2025.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang na een MOB-melding.