Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], eiser,
de minister van Asiel en Migratie, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser, van Turkse nationaliteit, diende op 30 december 2024 een asielaanvraag in Nederland in. Verweerder nam deze aanvraag niet in behandeling omdat Zwitserland op grond van de Dublinverordening verantwoordelijk is, waar eiser eerder een asielverzoek indiende. Eiser stelde dat overdracht naar Zwitserland leidt tot risico op indirect refoulement vanwege systeemfouten, discriminatie en een afwijkend beschermingsbeleid.
De rechtbank overwoog dat Zwitserland geacht wordt de Europese asielrichtlijnen en verdragsverplichtingen na te leven (interstatelijk vertrouwensbeginsel). Eiser slaagde er niet in aannemelijk te maken dat sprake is van systeemfouten of onomkeerbare achteruitgang van zijn gezondheid bij overdracht. Het terugnameverzoek door Zwitserland werd aanvaard, waardoor Zwitserland de asielaanvraag inhoudelijk zal behandelen.
Daarnaast wees de rechtbank het beroep op artikel 17 van Pro de Dublinverordening af omdat verweerder terecht terughoudend gebruik maakt van deze discretionaire bevoegdheid. De psychische problematiek van eiser en het overgelegde patiëntendossier rechtvaardigen geen uitzondering. Het beroep is daarom ongegrond verklaard en er is geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag is ongegrond verklaard.