ECLI:NL:RBDHA:2025:3101

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
27 februari 2025
Publicatiedatum
3 maart 2025
Zaaknummer
NL24.41598
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 31 Vreemdelingenwet 2000Art. 30b Vreemdelingenwet 2000
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep tegen afwijzing asielaanvraag wegens vertrek uit Nederland

Eiser, een Algerijnse nationaliteit dragende persoon, diende op 7 oktober 2024 een asielaanvraag in die door de minister van Asiel en Migratie op 22 oktober 2024 werd afgewezen als kennelijk ongegrond. Eiser stelde beroep in tegen dit besluit. Tijdens de zitting op 23 januari 2025 verschenen eiser en zijn gemachtigde niet, terwijl de gemachtigde van verweerder wel aanwezig was.

De rechtbank nam kennis van het feit dat eiser met onbekende bestemming Nederland heeft verlaten en dat de gemachtigde van eiser sinds de opheffing van de maatregel van bewaring op 8 oktober 2024 geen contact meer heeft met eiser. Op grond van vaste jurisprudentie concludeerde de rechtbank dat eiser geen belang meer heeft bij de inhoudelijke beoordeling van zijn beroep.

Daarom verklaarde de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door rechter M.J. Schouw op 27 februari 2025 te Middelburg.

Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag is niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van belang.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL24.41598

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser], eiser,

V-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. N. van Bremen),
en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder,

(gemachtigde: mr. H.J. Metselaar).

Procesverloop

Bij besluit van 22 oktober 2024 (het bestreden besluit) heeft verweerder eisers asielaanvraag afgewezen als kennelijk ongegrond. [1]
Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
De rechtbank heeft het beroep op 23 januari 2025 op zitting behandeld. Eiser en zijn gemachtigde zijn, met voorafgaand bericht, niet verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

1. Eiser stelt te zijn geboren op [datum] 1992 en de Algerijnse nationaliteit te hebben. Hij heeft op 7 oktober 2024 een asielaanvraag ingediend.
2. Verweerder heeft in het verweerschrift en ter zitting laten weten dat eiser met onbekende bestemming is vetrokken. De gemachtigde van eiser heeft reeds bij berichten van 12 november 2024 en 14 januari 2025 laten weten dat hij sinds de opheffing van de maatregel van bewaring op 8 oktober 2024 geen contact meer heeft met eiser. Verder is niet gebleken dat hij nog altijd contact heeft met hem.
3. Gelet op vaste jurisprudentie van de Afdeling [2] en de reacties van de gemachtigde van eiser neemt de rechtbank aan dat eiser niet langer prijs stelt op de aanvankelijk gezochte internationale bescherming in Nederland. Eiser heeft dan ook geen belang meer bij de inhoudelijke beoordeling van zijn beroep. [3]
4. Het beroep is daarom niet-ontvankelijk.
5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan op 27 februari 2025 door mr. M.J. Schouw, rechter, in aanwezigheid van R. Ben Sellam, griffier, en openbaar gemaakt door middel van een geanonimiseerde publicatie op
www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een beroepschrift. U moet dit beroepschrift indienen binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven.

Voetnoten

1.Op grond van artikel 31, eerste lid jo. artikel 30b, eerste lid, aanhef en onder c, f, g en h, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw).
2.Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
3.ABRvS 1 juli 2024, ECLI:NL:RVS:2024:2662.