ECLI:NL:RBDHA:2025:3105
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Gegrondverklaring beroep tegen niet tijdig nemen besluit machtiging voorlopig verblijf nareis
Eisers hebben beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op hun aanvragen om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van nareis en verblijf als familie- of gezinslid. De rechtbank had eerder al een termijn gesteld waarbinnen de minister een besluit moest nemen, maar deze is niet nagekomen.
De minister voerde aan dat het FIFO-principe wordt toegepast om aanvragen efficiënter te verwerken en verzocht om aanhouding van de behandeling van het beroep of een ruime beslistermijn. De rechtbank wees dit af omdat de minister geen overmacht aannemelijk maakte en de aard van het rechtsmiddel aanhouding niet toelaat.
De rechtbank draagt de minister op binnen twee weken na de uitspraak alsnog een besluit te nemen en legt een dwangsom van € 200 per dag op met een maximum van € 15.000. Tevens veroordeelt de rechtbank de minister in de proceskosten en het griffierecht van eisers.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond, draagt de minister op binnen twee weken een besluit te nemen en legt een dwangsom van € 200 per dag op met een maximum van € 15.000.