ECLI:NL:RBDHA:2025:324
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek openbaarmaking ministerraadnotulen kindertoeslagenaffaire op grond van de Wet open overheid
Eiseres verzocht op grond van de Wet open overheid (Woo) om openbaarmaking van ministerraadnotulen die betrekking hebben op de kindertoeslagenaffaire over de periode van 5 november 2012 tot en met 15 januari 2021. Verweerder stelde het verzoek aanvankelijk buiten behandeling, maar beoordeelde het verzoek later inhoudelijk en weigerde openbaarmaking op grond van het belang van het goed functioneren van de Staat zoals gecodificeerd in artikel 5.1, tweede lid, onder i, van de Woo.
Eiseres voerde aan dat deze uitzonderingsgrond niet absoluut is en dat verweerder onvoldoende had onderbouwd dat openbaarmaking de open en ongedwongen beraadslaging binnen de ministerraad zou belemmeren. Ook wees zij op eerdere openbaarmaking van geobjectiveerde samenvattingen en het belang van transparantie in het kader van de kindertoeslagenaffaire.
De rechtbank sloot zich aan bij de eerdere meervoudige kamer die oordeelde dat geheimhouding essentieel is voor het functioneren van de ministerraad en dat het belang van vertrouwelijke beraadslaging zwaarder weegt dan het belang van openbaarmaking. De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht een integrale weigering heeft toegepast en dat het belang van het goed functioneren van de Staat ook na vijf jaar nog zwaarder weegt. Het beroep werd ongegrond verklaard, waardoor de notulen niet openbaar worden gemaakt en eiseres geen griffierecht of proceskostenvergoeding ontvangt.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de ministerraadnotulen worden niet openbaar gemaakt.