ECLI:NL:RBDHA:2025:3260
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublin-verantwoordelijkheid Zwitserland
Eiser, met de Algerijnse nationaliteit, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De minister van Asiel en Migratie nam deze aanvraag niet in behandeling omdat Zwitserland verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag volgens het Dublin-verdrag.
Eiser betoogde dat Zwitserland hem mensonterend heeft behandeld en dat hij bij overdracht aan Zwitserland een reëel risico loopt op een schending van artikel 3 EVRM Pro en artikel 4 van Pro het Handvest. Hij stelde dat de minister niet zomaar mocht uitgaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel en verwees naar jurisprudentie van het EHRM.
De rechtbank oordeelde dat eiser onvoldoende objectieve informatie heeft aangeleverd om aan te tonen dat Zwitserland tekortschiet in de asielprocedure en opvang. Het interstatelijk vertrouwensbeginsel blijft daarom van toepassing. De rechtbank verklaarde het beroep kennelijk ongegrond en handhaafde het besluit van de minister. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.