ECLI:NL:RBDHA:2025:3270
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit niet in behandeling nemen asielaanvraag minderjarige Somalische vreemdeling
Eiser, een Somalische vreemdeling die op 6 juli 2024 in Nederland asiel aanvroeg, werd geconfronteerd met een besluit van de minister van Asiel en Migratie om zijn aanvraag niet in behandeling te nemen omdat Polen verantwoordelijk zou zijn volgens de Dublinverordening. Verweerder baseerde dit op de aanname dat eiser meerderjarig was, met een geboortedatum in 2004, terwijl eiser stelde minderjarig te zijn met een geboortedatum in 2007, ondersteund door een geboorteakte en identiteitsdocumenten.
De rechtbank oordeelde dat verweerder onzorgvuldig had gehandeld door onvoldoende rekening te houden met de door eiser overgelegde bewijsstukken en onvoldoende motivatie te geven voor het aannemen van de meerderjarigheid. De rechtbank verwees naar jurisprudentie waarin is vastgesteld dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet automatisch geldt bij leeftijdsbeoordelingen en dat verweerder het vermoeden van minderjarigheid moet respecteren tenzij overtuigend bewijs het tegendeel aantoont.
Gezien het ontbreken van nader onderzoek naar de overgelegde documenten en het feit dat verweerder niet overtuigend heeft aangetoond dat eiser meerderjarig is, werd het beroep gegrond verklaard. Het besluit van 12 december 2024 werd vernietigd en verweerder werd opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Het verzoek om een voorlopige voorziening werd niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan connexiteit. Verweerder werd veroordeeld tot betaling van proceskosten aan eiser.
Uitkomst: Het besluit van 12 december 2024 wordt vernietigd en verweerder moet een nieuw besluit nemen met inachtneming van de uitspraak.