ECLI:NL:RBDHA:2025:3410
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek herziening besluiten niet-uitbetaling Wajong-uitkering 2019 en 2020
Eiseres verzocht herziening van besluiten van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) waarin haar Wajong-uitkering over 2019 en 2020 werd geweigerd vanwege inkomsten. De rechtbank beoordeelde dat de overgelegde definitieve aanslag 2019 geen nieuw feit vormde omdat deze al vóór het besluit bekend was. De aanslag 2020 was wel nieuw, maar gaf geen aanleiding tot wijziging omdat de inkomsten van circa €27.800 als zelfstandige niet werden betwist door voldoende bewijs.
De rechtbank benadrukte dat bij herzieningsverzoeken alleen nieuwe feiten of omstandigheden die na het eerdere besluit zijn voorgevallen of niet eerder konden worden aangevoerd, relevant zijn. De stelling dat het inkomen van eiseres ten onrechte werd verward met dat van haar partner, werd verworpen op basis van gegevens van de Belastingdienst.
Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door rechter M.P. Verloop op 11 maart 2025. Eiseres werd gewezen op de mogelijkheid tot hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep binnen zes weken na verzending van de uitspraak.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de afwijzing van haar verzoek om herziening van de besluiten tot niet-uitbetaling van Wajong-uitkeringen over 2019 en 2020 is ongegrond verklaard.