ECLI:NL:CRVB:2024:118
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing herzieningsverzoek bijzondere bijstand wegens niet-evidente onredelijkheid
Appellanten verzochten om herziening van twee besluiten waarbij bijzondere bijstand in de vorm van leningen was toegekend, met terugbetaling op basis van een aflossingscapaciteit van 6% van de bijstandsnorm. Het dagelijks bestuur wees dit verzoek af omdat er geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden waren die herziening rechtvaardigden.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit afwijzingsbesluit ongegrond. Appellanten voerden in hoger beroep aan dat de oorspronkelijke besluiten onmiskenbaar onjuist waren omdat geen rekening was gehouden met de beslagvrije voet bij het vaststellen van de aflossingscapaciteit.
De Raad oordeelde dat het toetsingskader vereist dat alleen onmiskenbare onjuistheid tot herziening kan leiden, wat niet het geval is. De door appellanten overgelegde berekeningen waren onvoldoende onderbouwd om aan te tonen dat de aflossingscapaciteit te hoog was vastgesteld.
Daarom is de afwijzing van het herzieningsverzoek niet evident onredelijk en blijft het bestreden besluit in stand. Appellanten krijgen geen vergoeding voor proceskosten of griffierecht.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit blijft in stand.