ECLI:NL:RBDHA:2025:3415
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond verklaring van beroep tegen voortduren maatregel van bewaring en afwijzing schadevergoeding
De minister heeft op 24 oktober 2024 een maatregel van bewaring opgelegd aan eiser, die van Marokkaanse nationaliteit is. Eiser stelde beroep in tegen het voortduren van deze maatregel en verzocht tevens om schadevergoeding. De rechtbank had de maatregel al eerder getoetst en oordeelde dat deze tot 24 januari 2025 rechtmatig was.
De beoordeling richtte zich daarom op de periode na die datum. Eiser voerde aan dat er geen zicht op uitzetting binnen een redelijke termijn was, omdat de Marokkaanse autoriteiten niet hadden gereageerd op de aanvraag van een laissez-passer en hij zelf geen contact kon krijgen met de ambassade.
De rechtbank oordeelde echter dat zicht op uitzetting niet ontbreekt, verwijzend naar eerdere uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak. Er was een lp-traject gestart op 11 december 2024 en er was geen bewijs dat de Marokkaanse autoriteiten hadden aangegeven geen lp te zullen afgeven.
Daarom verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.