ECLI:NL:RBDHA:2025:3417
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling vrijheidsbeperkende maatregel vreemdeling zonder rechtmatig verblijf
Eiser, van Chinese nationaliteit en zonder rechtmatig verblijf in Nederland, werd op 24 januari 2025 een vrijheidsbeperkende maatregel opgelegd door de minister van Asiel en Migratie. Deze maatregel hield in dat eiser zich vanaf 31 januari 2025 moest bevinden in de gemeente Westerwolde, specifiek in de VBL-locatie te Ter Apel, vanwege het belang van de openbare orde en het feit dat eiser niet vrijwillig vertrok.
Eiser voerde aan dat de maatregel onterecht was omdat er geen zicht was op uitzetting naar China vanwege zijn ongedocumenteerde status. De rechtbank stelde vast dat eiser geen rechtmatig verblijf heeft en dat hij niet voldeed aan de verplichting Nederland te verlaten na een terugkeerbesluit van 18 november 2024. De maatregel was gericht op het waarborgen van het vertrekproces en was volgens de rechtbank proportioneel en evenredig.
De minister motiveerde dat eiser geen vaste woon- of verblijfplaats heeft, onvoldoende middelen bezit en veroordeeld is voor een strafbaar feit. De rechtbank verwierp het verweer van eiser dat terugkeer onmogelijk zou zijn, mede op basis van informatie van DT&V en een lopende aanvraag bij de Chinese autoriteiten.
Het beroep van eiser werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is definitief en staat geen hoger beroep of verzet tegen open.
Uitkomst: Het beroep tegen de vrijheidsbeperkende maatregel is ongegrond verklaard omdat de maatregel proportioneel en evenredig was.