ECLI:NL:RBDHA:2025:3486
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens onvoldoende gegronde vrees voor vervolging in Turkije
Eiser, een Koerdische Turkse nationaliteit dragende jongere die actief was voor de HDP, vreesde vervolging en discriminatie bij terugkeer naar Turkije, mede vanwege zijn politieke activiteiten en dienstplichtontduiking.
De minister van Asiel en Migratie wees de aanvraag af omdat eiser onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij een gegronde vrees voor vervolging of een reëel risico op ernstige schade liep. Het enkele lidmaatschap van een risicoprofiel volstaat niet zonder individuele omstandigheden die dat risico bevestigen.
De rechtbank oordeelde dat het enkele incident van mishandeling en het ontbreken van problemen met Turkse autoriteiten onvoldoende waren om bescherming toe te kennen. Ook het aangevoerde aanhoudingsbevel werd als waarschijnlijk vals beoordeeld.
Daarmee is het beroep ongegrond verklaard en is de asielaanvraag definitief afgewezen. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.