ECLI:NL:RBDHA:2025:3498
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening
Eiser, een Algerijnse staatsburger, diende op 6 september 2022 een eerste asielaanvraag in Nederland in. Deze werd niet in behandeling genomen omdat Oostenrijk verantwoordelijk werd geacht op grond van de Dublinverordening. Na meerdere asielaanvragen in andere landen, diende eiser op 13 september 2024 opnieuw een aanvraag in Nederland in. Nederland verzocht Oostenrijk om terugname, welke werd aanvaard.
De minister nam de aanvraag niet in behandeling op basis van artikel 30 van Pro de Vreemdelingenwet 2000, omdat Oostenrijk verantwoordelijk is. Eiser stelde dat de minister ten onrechte geen gebruik maakte van de bevoegdheid om de aanvraag aan zich te trekken op grond van artikel 17 van Pro de Dublinverordening, vanwege zijn slechte psychische gesteldheid en het risico op detentie en uitzetting in Oostenrijk.
De rechtbank oordeelde dat eiser onvoldoende medische stukken had overgelegd om een reëel risico op ernstige gezondheidsschade bij overdracht aan Oostenrijk aannemelijk te maken. De minister hoefde daarom geen aanvullend onderzoek te verrichten. Het beroep werd ongegrond verklaard en eiser kreeg geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag is ongegrond verklaard omdat Oostenrijk verantwoordelijk is volgens de Dublinverordening.