ECLI:NL:RBDHA:2025:3619

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
10 maart 2025
Publicatiedatum
10 maart 2025
Zaaknummer
NL25.9777
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 59 Vreemdelingenwet 2000Art. 96 Vreemdelingenwet 2000
Verwijzingen
4 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ongegrond beroep tegen voortduren maatregel bewaring vreemdeling met Algerijnse nationaliteit

Eiser, een Algerijnse vreemdeling, is op 13 december 2024 in bewaring gesteld op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. De maatregel van bewaring duurt voort en verweerder heeft de rechtbank op 28 februari 2025 geïnformeerd over het voortduren hiervan. Eiser heeft geen reactie gegeven op de voortgangsrapportage van verweerder.

De rechtbank heeft het beroep ambtshalve getoetst en vastgesteld dat het voortduren van de maatregel tot het sluiten van het onderzoek op 27 december 2024 rechtmatig was. Sindsdien blijkt uit het dossier dat verweerder regelmatig contact heeft gehad met de Algerijnse autoriteiten, die de nationaliteit van eiser bevestigden en toezegden een laissez-passer af te geven. Tevens zijn vertrekgesprekken gevoerd en is een vluchtaanvraag met escort geregeld.

Gezien deze feiten en het ontbreken van reactie van eiser, oordeelt de rechtbank dat het voortduren van de maatregel in redelijkheid gerechtvaardigd is. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.

Uitspraak

uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg Bestuursrecht zaaknummer: NL25.9777
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser], eiser V-nummer: [V-nummer],

(gemachtigde: mr. A. Habib-Portier), en
de minister van Asiel en Migratie, verweerder.

Procesverloop

Verweerder heeft op 13 december 2024 aan eiser de maatregel van bewaring op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) opgelegd.
Deze maatregel duurt nog voort.
De rechtbank heeft op 28 februari 2025 van verweerder een kennisgeving ontvangen over het voortduren van de maatregel. Daarmee wordt eiser geacht tegen het voortduren van de maatregel van bewaring beroep te hebben ingesteld en daarbij te hebben verzocht om schadevergoeding.
Verweerder heeft een voortgangsrapportage overgelegd. Eiser heeft hierop niet gereageerd.
De rechtbank heeft bepaald dat een onderzoek ter zitting achterwege blijft en het onderzoek op 7 maart 2025 gesloten.

Overwegingen

1. Eiser stelt te zijn geboren op [datum] 1991 en de Algerijnse nationaliteit te hebben..
2. Indien de rechtbank van oordeel is dat de toepassing of tenuitvoerlegging van de maatregel van bewaring in strijd is met de Vw dan wel bij afweging van alle daarbij betrokken belangen in redelijkheid niet gerechtvaardigd is, verklaart zij op grond van artikel 96, derde lid, van de Vw het beroep gegrond en beveelt zij de opheffing van de maatregel of een wijziging van de wijze van tenuitvoerlegging daarvan.
3. De rechtbank stelt voorop dat zij deze maatregel van bewaring al eerder heeft getoetst. Uit de uitspraak van deze rechtbank en zittingsplaats van 27 december 2024 volgt
dat de maatregel van bewaring tot het moment van het sluiten van het onderzoek dat aan die uitspraak ten grondslag ligt, rechtmatig was.1 Daarom is bij de beoordeling van de rechtmatigheid van het voortduren van de maatregel van bewaring slechts de periode van belang sinds het moment van het sluiten van dat onderzoek op 27 december 2024.
4. De rechtbank stelt vast dat, hoewel daartoe in de gelegenheid gesteld, eiser niet heeft gereageerd op het voortgangsrapport dat verweerder op 3 maart 2025 heeft overgelegd.
5. De rechtbank ziet na ambtshalve toetsing geen aanleiding voor het oordeel dat het voortduren van de maatregel van bewaring tot het moment van het sluiten van het onderzoek op 27 december 2024 op enig moment onrechtmatig was. Uit het dossier blijkt dat verweerder elke drie weken heeft gerappelleerd bij de Algerijnse autoriteiten en dat er vertrekgesprekken hebben plaatsgevonden op 21 januari 2025, 18 februari en 26 februari 2025. Daarnaast volgt uit het dossier dat de Algerijnse autoriteiten inmiddels eisers nationaliteit hebben bevestigd en hebben meegedeeld dat zij een laissez-passer voor eiser zullen afgeven. Tot slot is er door verweerder een vluchtaanvraag gedaan voor eiser op 26 februari 2025 met escorts.
6. Het beroep is ongegrond.
7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank:
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Deze uitspraak is gedaan op 10 maart 2025 door mr. M.L. Weerkamp, rechter, in aanwezigheid van mr. N.M.L. van der Kammen, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
1. Met ECLI-nummer: ECLI:NL:RBDHA:2024:22154.
De uitspraak is bekendgemaakt op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.