Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], eiser
de Minister van Asiel en Migratie, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser, met de Egyptische nationaliteit, diende op 4 oktober 2024 een asielaanvraag in Nederland in. Verweerder nam deze aanvraag niet in behandeling omdat Kroatië op grond van de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling, gezien een eerdere asielaanvraag van eiser in Kroatië op 24 september 2024.
Eiser stelde dat hij niet naar Kroatië kon worden teruggestuurd vanwege gedwongen afname van vingerafdrukken, slechte behandeling van Egyptische asielzoekers, en mishandeling. De rechtbank oordeelde dat de registratie in Eurodac als bewijs geldt en dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat Kroatië zijn verplichtingen niet nakomt of dat hij een reëel risico loopt op onrechtmatige behandeling.
De rechtbank verwierp ook de stelling dat artikel 17 van Pro de Dublinverordening van toepassing is, omdat er geen bijzondere omstandigheden zijn die een overdracht naar Kroatië onevenredig hard maken. Het beroep is daarom ongegrond verklaard en de asielaanvraag terecht niet in behandeling genomen.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt dat Kroatië verantwoordelijk is voor de asielaanvraag.