ECLI:NL:RVS:2024:1860
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake niet in behandeling nemen asielaanvraag vreemdeling
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid nam een asielaanvraag van een vreemdeling niet in behandeling op grond van artikel 17, eerste lid, van de Dublinverordening. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond, vernietigde het besluit en bepaalde dat een nieuw besluit moest worden genomen.
De staatssecretaris ging in hoger beroep en stelde dat hij de eerdere traumatische ervaringen van de vreemdeling in Bulgarije voldoende had betrokken in zijn besluit, mede op basis van het interstatelijk vertrouwensbeginsel. De vreemdeling had verklaard slachtoffer te zijn geweest van pushbacks en slechte detentieomstandigheden, en had medische klachten zoals PTSS, onderbouwd met een patiëntendossier.
De Raad van State oordeelde dat de staatssecretaris zich voldoende had gemotiveerd dat de verklaringen en medische situatie geen bijzondere omstandigheden vormden die het in behandeling nemen van de aanvraag vereisten. De Raad vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep alsnog ongegrond. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: De Raad van State vernietigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het beroep van de vreemdeling ongegrond.