ECLI:NL:RBDHA:2025:3818
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvragen wegens verantwoordelijkheid Frankrijk volgens Dublinverordening
Eisers, een vrouw en haar minderjarige zoon met de Iraanse nationaliteit, vroegen asiel aan in Nederland. De minister van Asiel en Migratie nam hun aanvragen niet in behandeling omdat Frankrijk verantwoordelijk is volgens de Dublinverordening. Eisers voerden aan dat Frankrijk niet aan zijn internationale verplichtingen voldoet, onder meer vanwege structurele tekortkomingen in de asielprocedure en opvang, en dat overdracht aan Frankrijk een risico vormt op schending van artikel 3 EVRM Pro en artikel 4 Handvest Pro.
De rechtbank oordeelt dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel geldt en dat eisers onvoldoende aannemelijk hebben gemaakt dat Frankrijk hun rechten niet zal respecteren. De medische klachten van eisers en hun vrees voor persoonlijke bedreigingen zijn onvoldoende om overdracht te weigeren. Ook het verzoek om onverplicht behandeling van de asielaanvragen op grond van artikel 17 Dublinverordening Pro wordt afgewezen.
De rechtbank concludeert dat het bestreden besluit rechtmatig is en verklaart het beroep ongegrond. Het verzoek om voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard. Eisers krijgen geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep van eisers tegen het niet in behandeling nemen van hun asielaanvragen wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit blijft in stand.