ECLI:NL:RBDHA:2025:3881
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens niet aannemelijk gemaakte identiteit, nationaliteit en herkomst
Eiser heeft op 24 januari 2025 een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel ingediend, welke door de minister op 18 februari 2025 is afgewezen als kennelijk ongegrond. Eiser stelt van Algerijnse nationaliteit te zijn, maar heeft geen identificerende documenten overgelegd en wisselde in zijn verklaringen over identiteit en herkomst. De minister concludeerde dat eiser zijn identiteit, nationaliteit en herkomst niet aannemelijk heeft gemaakt en hechtte daarom geen geloof aan zijn asielrelaas.
Eiser voerde aan dat hij zich in vreemdelingenbewaring bevindt en zich daardoor niet kon inspannen om documenten te verkrijgen, en dat de minister zijn aanvraag niet inhoudelijk heeft beoordeeld. De rechtbank oordeelt dat de minister terecht twijfelde aan de identiteit en herkomst van eiser vanwege tegenstrijdige verklaringen, het ontbreken van documenten en eerdere asielaanvragen met onbekende vertrekbestemming.
De rechtbank volgt de minister in de conclusie dat het asielrelaas niet inhoudelijk hoefde te worden beoordeeld omdat de identiteit en herkomst niet aannemelijk zijn gemaakt. Het beroep wordt ongegrond verklaard, waardoor de afwijzing van de asielaanvraag in stand blijft.
Uitkomst: De rechtbank wijst het beroep af en bevestigt de afwijzing van de asielaanvraag wegens onvoldoende aannemelijkheid van identiteit, nationaliteit en herkomst.