Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[verzoeker 1] , verzoeker 1,
de minister van Asiel en Migratie, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Verzoekers, allen van Afghaanse nationaliteit en geboren in 2005, 2007 en 2008, hebben op 23 februari 2023 aanvragen ingediend voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) met het oog op gezinshereniging bij een referent in Nederland. De minister van Asiel en Migratie heeft deze aanvragen op 17 december 2024 afgewezen vanwege het belang van het restrictieve toelatingsbeleid van Nederland, dat zwaarder weegt dan het belang van verzoekers om het gezinsleven met de referent te kunnen uitoefenen.
Verzoekers maakten bezwaar tegen deze besluiten en vroegen op 3 maart 2025 de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen, waarbij zij wilden worden behandeld alsof zij in het bezit waren van een mvv totdat op het bezwaar was beslist. De voorzieningenrechter oordeelde dat dit verzoek niet toewijsbaar is omdat het ontbreekt aan een voorlopig karakter; het verzoek zou feitelijk toegang tot Nederland verlenen zonder een definitieve beslissing op het bezwaar.
Hoewel verzoekers stelden dat zij in Afghanistan in hun veiligheid worden bedreigd, zag de voorzieningenrechter geen aanwijzingen dat de bestreden besluiten evident onjuist zijn. Daarom werd het verzoek afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens ontbreken voorlopig karakter.